Geloofwaardig

In de korte periode die ik doorbracht op de kleuterschool heb ik onder andere Pasen getekend.
Hoe de tekening er uit zag herinner ik mij precies, dat wil zeggen grosso modo, en daar gaat het om. Een reconstructie van de tekening:

Hetgeen de tekening weergaf was toen de essentie van het paasfeest voor mij. Het feestelijk moment waarop de klokken door de lucht vliegen en in hun vlucht eieren laten vallen, zoals mij beschreven door diverse bronnen (ouders, grootouders, tantes).
In de goede week wordt het stil, de klokken luiden niet meer, alles en iedereen houdt de adem in.
Vanwege een mij niet geheel duidelijke, maar uiterst plechtige, missie, eieren halen, vertrokken de klokken naar Rome.
Met Pasen keren de klokken terug. Vanuit uit Rome vliegen ze door de lucht. Vrolijk luidend strooien ze onderweg eieren uit.
‘s Ochtends liggen dan overal in de tuinen bont gekleurde eieren.

Er waren ook andere verhalen over Pasen en paaseieren. Zo hoorde ik onder andere een fabalachtig verhaal dat die eieren daar waren verstopt door: de paashaas. Dit leek mij een een onwaarschijnlijk wezen, een fabeldier, om kleine kinderen iets wijs te maken, maar waarmee je toch niet meer bij mij, als bijna grote kleuter aan kon komen.
Die paashaas leek mij zo mogelijk nog meer nep dan de zogenaamde Sinterklaas. Was dat nog een échte heilige man, die weliswaar al lang dood was, maar die in de herinnering levend werd gehouden door verklede nep sinterklazen. Dat kon ik nog wel billijken. Maar een levensgrote haas, met een mandje gekleurde eieren! Daar kon ik zelfs als fantasierijke kleuter met mijn verstand niet bij.

Het verhaal van de klokken hield stand. Ondanks of misschien juist dankzij de vele vragen die het opriep. Hoe kunnen klokken vliegend eieren vervoeren? Hoe weten ze de weg? Waarom bleef onze klok gewoon thuis in de kamer hangen? En waarom verfden wij zelf ‘s avonds laat nog eieren?
Een verhaal met kracht, het sprak tot mijn verbeelding. Hetgeen naar voren kwam in mijn tekening die een vrije interpretatie was. Daar waar ik klokken had weergegeven door diverse modellen slingeruurwerken, koekoeksklokken en keukenklokken, was in de overlevering waarschijnlijk op grote bel klokken uit de kerktoren geduid. Een detail dat de vragen niet in veelheid zou doen afnemen.

Tot op heden, gevraagd naar het hoe van die eieren in de tuin, vertel ik vrolijk over de klokken die eieren rondstrooien. Wetend dat mijn neefjes en nichtjes eigenwijs en nuchter genoeg zijn om in te zien dat dit een uit de duim gezogen verhaal is.
Een verhaal dat wordt gebruikt om hun af te leiden van de ware toedracht, die ze heus wel te weten komen als ze maar slim en verstandig blijven vorsen en zelf nadenken. Alle verhalen verzamelen en vergelijken om daaruit hun eigen conclusies te trekken.
Zo is het met geschiedenissen. Je weet nu eenmaal van de meeste zaken niet hoe het precies zit. Er zijn veel verschillende verhalen, waaruit je door gezond verstand, kritisch nadenken, met een beetje natte vingerwerk je eigen voorlopige praktische waarheid moet destilleren.

Vanochtend lag midden op het fietspad een plas geronnen bloed ter grootte van een flinke haas.
Het dier staarde vanuit de berm glazig in de leegte, zijn poten stijf uitgestrekt. Een roofmoord? Lag zijn mandje wellicht verderop leeg in de sloot? Wat kon dit betekenen? De haas zweeg.

Over drie dagen zullen we meer weten: als zondagochtend tóch die gekleurde eieren in de tuin liggen is dat een krachtige aanwijzing dat ze niet door de haas, maar door de klokken zijn gebracht. Tenzij die haas uit de dood is opgestaan. Maar dat lijkt mij een ongeloofwaardig verhaal.